Denk je aan Arnie Alberts, dan denk je aan de jaren negentig, roze bubbelgum, nostalgie

Vorige week was Arnie Alberts terug. Eenmalig, in een afscheidsscène van GTST. Maar probeer die eens op internet terug te kijken, en je komt in een AI-fuik van vershittificering terecht. Waar is de Arnie van vlees en bloed?

Dit artikel is geschreven door

is schrijver en chef van Zondag, het essay- en boekenkatern van de Volkskrant.

Leestijd 4 min

Arnie. Man, ik had lang niet meer aan Arnie Alberts gedacht.
Niet dat ik hem per se was vergeten. Hij lag ergens aan de verre horizon van mijn geheugen, als een keurig afgerichte, wachtende herdershond, die op het geluid van een fluitje meteen naar je toe komt rennen.

Dit waren de vroege jaren 90, dus mijn basisschooljaren. Goede tijden slechte tijden was nieuw. Iedereen keek. In de verpakking van een bepaald soort bubbelgum – te roze, te zoet – zaten stickers met de acteurs erop. We plakten de stickers boven onze jassen, op de kapstok voor ons lokaal.

In feite waren er maar twee personages die ertoe deden. Peter Kelder en Arnie Alberts. Peter en Arnie zaten nog op de middelbare school toen de soap begon. Peter had het zwaar, wist niet wat hij wilde. Arnie wilde rechten studeren en zag eruit alsof hij dat al jaren deed.

Reputaties veranderen continu. In deze rubriek kijken we hoe de betekenis van denkers en kunstwerken, van schrijvers en hun personages kantelt en evolueert.

Peter Kelder werd gespeeld door Antonie Kamerling. Kamerling ontwikkelde zich als acteur, werd iconisch, stierf verdrietig vroeg.

Arnie werd gespeeld door Reinout Oerlemans, en ik vind het moeilijk om aan Reinout Oerlemans te denken zonder aan Nederland te denken. Toenmalig Nederland. De jaren negentig. Vooruitgang. Optimisme. Internationalisering. Na de vermissing van zijn personage in GTST, in 1996, werd hij mediaondernemer, richtte Eyeworks op, bedacht en verkocht tv-formats, werd verbazingwekkend succesvol. Nadat hij het Gooi had uitgespeeld, verhuisde hij naar Los Angeles, waar hij zijn succes herhaalde.

Reinout Oerlemans is hoe ik me voorstel dat VVD’ers dromen dat hun kind uitpakt. Als je hem op straat zou tegenkomen, weet je: hier moet ergens een hockeyclub in de buurt zijn. Hij is de enige man in Nederland bij wie het ook best logisch zou voelen als hij Willem-Alexander had geheten.

Mensen riepen hem nog weleens na, vertelde Oerlemans in interviews. ‘Arnie! Arnie!’ In Los Angeles had hij dat probleem niet.

Harry Mulisch zei dat de Tweede Wereldoorlog pas voorbij was als moeders hun zoons weer Adolf durfden te noemen. Je kunt ook zeggen: niemand heeft ooit haar kind nog Arnie genoemd. In de jaarlijkse lijst met geregistreerde babynamen is de naam uitgestorven.

Afscheidsaflevering

Vorige week was Arnie dus terug. Eenmalig. Na 35 jaar in de serie nam actrice Jette van der Meij afscheid van haar personage Laura, de moeder van Arnie. In haar afscheidsaflevering zou Oerlemans opduiken, was bekendgemaakt.

Ik bleef er niet voor thuis, maar eenmaal thuis wilde ik die ene scène toch zien. Want: Arnie, jaren negentig, Nederland, bubbelgum, et cetera. Nostalgie.

Het bleek makkelijker bedacht dan uitgevoerd. Een simpele zoekopdracht leidde me naar veel filmpjes. De video’s waarop ik klikte leken de scène te beloven, maar bleken telkens – eenmaal aangeklikt – geen bewegend beeld te bevatten. Het waren collages van stockfoto’s van de personages. Met een blikken AI-stem die niks anders vertelde dan wat er al in de tv-gids stond – in het Engels, nota bene.

Alle video’s leken op elkaar en waren nep, onzinnig, clickbait. Gemaakt door AI die snapt dat mensen zoals ik die avond de scène zouden willen terugkijken. YouTube leek volgepompt met geautomatiseerde shit.

Shit is het juiste woord

Nu is shit het juiste woord; deze maand verscheen Enshittification – Why Everything Suddenly Got Worse and What to Do About It, van de Canadees-Britse techschrijver Cory Doctorow.

Wat Doctorow beschrijft wordt ook wel ‘platformverloedering’ genoemd, maar het door hem gemunte enshittification voelt toch accurater. De vershittificering is, zoals hij het beschrijft, een bewust proces van techbazen. In eerste instantie is er niks aan de hand. Bedrijven hebben een app of site gebouwd die naar tevredenheid werkt. In het tweede stadium beginnen de bedrijven het hun gebruikers moeilijk te maken, door ze te laten betalen voor de diensten die eerst gratis waren, of door hun data door te verkopen aan adverteerders, of alle moderatie weg te bezuinigen. In het derde stadium worden de betalende gebruikers en de adverteerders gemaltraiteerd.

Voorbeeld: op het Amerikaanse Amazon zijn de hoogst scorende zoekresultaten een wassen neus, schrijft Doctorow. Het product dat je zoekt verschijnt, gemiddeld, pas als zeventiende in de lijst. Alles daarvoor is iets waar je niet voor komt.

Doordat bedrijven als Apple, Alphabet, Amazon, Meta en anderen zo groot en zo onmisbaar zijn geworden, en er zo weinig controle op mogelijk is, kunnen ze hun diensten steeds slechter, goedkoper, corrupter maken, zonder dat ze er de consequenties van voelen.

Het geval-Arnie leek nog een stap verder te gaan. Tot nu kwam je dit soort AI-filmpjes weleens tegen op de avond van belangrijke voetbalwedstrijden; de hoogtepunten en goals werden beloofd, maar zodra je klikte, kreeg je alleen foto’s en een scorebord. AI denkt in informatie, en geeft dus informatie. Maar mensen willen geen informatie, die willen doelpunten. Die willen aanzwellende muziek en de stervende moeder en de vermiste zoon.

De Arnie-video’s voelden aan als het internet van de toekomst: filmpjes die door AI worden gemaakt en die vervolgens alleen door andere AI-zoekmachines worden gezien, want elke menselijke gebruiker klikt weg.

Later gaf RTL de beelden vrij en zag ik de scène toch. Het was een soort Marco Borsato-videoclip. Het was precies wat je wilde.

Laura zat op het strand in haar rolstoel. Opeens verschijnt haar overleden zoon naast haar. ‘Je bent er’, zegt Laura. ‘Tuurlijk’, zegt Arnie. ‘Ik was er altijd.’ Inderdaad, dacht ik.